PROGRAMMA  ONLINE-CONCERT


Daar ligt in de kribbe

 August Cuppens – Lodewijk De Vocht

 

Een eenvoudig, kinderlijk liedje dat uitlegt waarom Jezus op de wereld kwam: “Om voor ons zondekens te boeten” en “ons te verlossen van d’eeuwige pijn”.

 

In ’t stalleke

 Joz. de Voght – Flor Peeters

 Lied van Flor Peeters (Opus 54/2), gecomponeerd in 1943 op de naïeve tekst van Joz. de Voght.

 

 Jesu, allerliefste Kind

G. Gezelle – Jef Vermeiren

De tekst is zeker voor iedereen bekend.

De zetting van de hand van Lodewijk De Vocht ook.

Hier luisteren we naar het gedicht van Gezelle op muziek gezet door Jef Vermeiren.

Het is een lied met een zeer andere sfeer, waar je stil van wordt.

 

Jef Vermeiren startte al op zeer jonge leeftijd met het componeren van liederen en kamermuziekwerken, voornamelijk voor viool en piano. Hierin werd hij gestimuleerd door zijn ouders, die hem regelmatig meenamen naar de opera en concerten, en door zijn vrienden, die net als hij helemaal opgingen in de muziek en van Vermeirens ouderlijke huis een muzikaal ontmoetingspunt maakten. Zonder enige echte vooropleiding, slaagde hij op zijn zeventiende voor het toelatingsexamen aan het Koninklijk Vlaams Conservatorium van Antwerpen waar hij orgel zou gaan studeren onder leiding van Willem de Latin en Arthur de Hovre. Piano studeerde bij G. Dijkhof en harmonie bij Lodewijk De Vocht en Edward Verheyden. Na het voltooien van zijn studies nam hij nog enige lessen orkestratie en compositie bij Paul Gilson en Karel Candael en vertrouwde hij verder op zijn eigen muzikale smaak om hem de weg te wijzen.

 

Vermeiren startte zijn carrière door te doen wat alle jongens van zijn generatie deden: "alle gelegenheden tot materieel gewin te baat nemen en in bioscopen, dansgelegenheden, tea-rooms, cabaret en variété gaan spelen waar heel wat stuivers op te halen vielen." Daarnaast was Vermeiren de vaste begeleider van een aantal concertzangers en dirigeerde hij verschillende mannenkoren.

 

Al in de jaren 1930 zou Vermeiren veelvuldig componeren, maar pas na de Tweede Wereldoorlog zou hij zich volledig aan de compositie wijden. Onder zijn belangrijkste werken vinden we de Sinfonia breve met als ondertitel Recordatio juventutis, waarin een aantal jeugdmotieven en herinneringen verwerkt werden. Deze symfonie werd geschreven in 1930, maar zou pas in 1954 gecreëerd worden onder leiding van Daniël Sternefeld. De symfonie bleek erg populair en werd ook in Nederland en Duitsland verschillende malen opgevoerd. In 1947 schreef Vermeiren een opdrachtwerk voor de Belgische Balletten onder leiding van de Russische choreografe Valentina Belova. Het werk, getiteld De kapel van barmhartigheid, werd uitgevoerd te Antwerpen, Brussel, Luxemburg en Parijs. In 1957 volgde er een Pianoconcerto, dat werd gecreëerd door het groot Radio-Filharmonisch Orkest van de Nederlandse Omroep onder leiding van Henk Spruit, met als pianist Philibert Mees. Het werk werd ook, met veel succes, uitgevoerd tijdens de wereldtentoonstelling te Brussel in 1958.

 

Hij componeerde voornamelijk pianowerken, met titels als Contes pour Nenita, Vijf etudes en het Preludium in Gis. Deze variëren van eenvoudige stemmingsstukjes tot virtuoze bravourestukken. Daarnaast componeerde Vermeiren ook een hele reeks liederen. Naast liederen op Nederlandse tekst maakte hij ook veelvuldig gebruik van Franse gedichten van onder andere Victor Hugo, Charles Baudelaire en Paul Verlaine. Zijn stijl doet denken aan de late romantiek waarbij hij meermaals programmatische en impressionistische stijlinvloeden toevoegt. In 1936 componeerde hij het symfonische gedicht Melopee van de zee, dat gecreëerd werd onder leiding van Arthur Bosmans. Deze orkestcompositie valt op door een rijk palet aan klankkleuren.

 

Noël X – Louis-Claude Daquin

Gespeeld op het “Grand Jeu” die de Franse en Vlaamse orgels uit de 18de eeuw zo typeren.

Ons Puurse orgel (Delhaye 1723) heeft ook van die flamboyante trompetten.

Dit orgelwerk is gebaseerd op een Oud-Frans liedje, dat ook o.a. in het Nederlands en het Baskisch bekend is: “Midden in de Winternacht”.

 

Midden in de winternacht, ging de hemel open. 
Die ons heil der wereld bracht, antwoord op ons hopen 

 

Elke vogel zingt zijn lied, herders waarom zingt gij niet 
Laat de citers slaan, blaast de fluiten aan 
Laat de bel, laat de trom, laat de beltrom horen: 
Christus is geboren! 

 

Vrede was er overal, wilde dieren kwamen 
Bij de schapen in de stal, en zij speelden samen. 

 

Ondanks winter sneeuw en ijs, bloeien alle bomen, 
want het aardse paradijs is vannacht gekomen. 

 

Zie daar staat de morgenster, stralend in het duister 
Want de dag is niet meer ver, bode van de luister 

 

Die ons weldra op zal gaan, herders blaast uw fluiten aan 
Laat de bel bim-bam, laat de trom rom-bom 
Kere om, kere om, laat de bel-trom horen 
Christus is geboren!

 

Herders Hij is geboren

 Trad. – bew. Lodewijk Mortelmans

 

 

Le Ciel a visité la terre

 Alexandre-Joseph de Ségur - Charles Gounod

 

Le ciel a visité la terre,

Mon bien-aimé repose en moi

Du saint amour c'est le mystère!

Ô mon âme adore et tais-toi!

 

Amour que je ne puis comprendre,

Jésus habite dans mon coeur!

Jusques là vous pouvez descendre,

Humilité de mon sauveur!

 

Le ciel a visité la terre,

Mon bien-aimé repose en moi

Du saint amour c'est le mystère!

Ô mon âme adore et tais-toi!

 

Vous savez bien que je vous aime,

Moi, qui par vous fut tant aimé!

Que tout autre amour que vous même

Par votre feu soit consumé!

 

Le ciel a visité la terre,

Mon bien-aimé repose en moi

Du saint amour c'est le mystère!

Ô mon âme adore et tais-toi!

 

À votre chair mon âme unie

De vos élus ressent la paix

Divin Jésus, sainte harmonie,

Venez en mon coeur à jamais!

 

Le ciel a visité la terre,

Mon bien-aimé repose en moi

Du saint amour c'est le mystère!

Ô mon âme adore et tais-toi!

 

Minuit Chrétiens

Hoewel hij de auteur was van wat de componist Adolphe Adam (met Joodse achtergrond) "La Marseillaise Religieuse" noemde, beweerde Placide Cappeau, een wijnhandelaar die Republikeins, socialistisch en antiklerikaal was, het gedicht zelf geschreven te hebben op de 3e December 1847 in de diligence die hem naar Parijs bracht, tussen Mâcon en Dijon.

 

In feite is deze hymne lang voor 1847 geschreven onder schijnbaar meer alledaagse omstandigheden.

Pater Maurice Gilles, pastoor van Roquemaure, de geboorteplaats van Placide Cappeau, besloot begin 1843 om de glas-in-loodramen van de collegiale Saint-Jean-Baptiste te laten restaureren. Cappeau kennende, vroeg hij hem een kerstlied te componeren om het einde van het werk waardig te vieren.

Tegelijkertijd verblijft de Parijse ingenieur Pierre Laurey, die sinds september 1842 verantwoordelijk is voor de voltooiing van de bouw van de hangbrug over de Rhône in Roquemaure, ontworpen door zijn collega Marc Seguin, in de stad met zijn vrouw Emily.

Emily Laurey, een voormalige tekstzangeres, is goed bevriend van de vrouw van Adolphe Adam. Het was Emily die de medewerking van de beroemde muzikant vroeg voor het op muziek zetten van het gedicht van Placide Cappeau; ze belooft hem deze "kersthymne" op 25 december 1843 in de collegiale kerk uit te voeren.

Maar in juli 1843 beviel Emily Laurey van een klein meisje genaamd Adeline, en haar doktoren raadden haar af om te reizen, zoals ze in de daaropvolgende jaren zouden doen.

Op 18 oktober 1846, om 9 uur 's ochtends, stierf pater Gilles; Pater Eugène Nicolas Petitjean volgde hem op 10 januari 1847.

Ten slotte zal Emily Laurey voor het eerst Minuit Chrétiens zingen tijdens de middernachtmis op 24 december 1847, vier jaar na de belofte die ze aan Adolphe Adam had gedaan.

 

Er is heel wat te doen over het feit dat iemand die zichzelf niet-gelovig noemde samenwerkte met iemand met Joodse roots om een Kerstlied te componeren en van tekst te voorzien.

Hier en daar wordt gezegd dat de tekst niet aangepast is om in een kerk te zingen: hij zou verwijzen naar onderdrukking van de kleinen die moeten opstaan en hun ketens afleggen.

 

Peuple, à genoux, attends ta délivrance
Noël, Noël, voici le Rédempteur!

 

Peuple, debout, chante ta délivrance

 

 

Où s’en vont ses gaies bergers

Michel Corrette

Weer een werk op de vurige trompetten van het Puurse orgel, die de geboorte van Christus aankondigen.

Waar lopen die vrolijke herders toch naartoe?

Je hoort ze het hele werk door lopen, in de loopjes – nu hoog en dan weer zeer laag – op de klavieren.  Ze zijn haastig en willen er zijn.

 

De melodie is ook weer die van een eeuwenoud Frans volksliedje:

https://youtu.be/6dH7Oy5QpTg

 

Er is een kindeke geboren op aard’

Trad. – John Rutter.

John Rutter (°1945) is een Engels componist die zeer bekend is om zijn Christmas Carols in een modernere stijl, maar toch sterk aanleunend bij de traditie.

Hij ontleende het Vlaamse kinderlied en maakte er een compositie van met Engelse tekst. Onder de titel “Flemish Carol”, klinkt het: “A little child on the earth has been born”

Die tekst werd hier weer naar het Nederlands werd omgezet.